DE FLATCOATED RETRIEVER

 

Waarschijnlijk heeft dit ras de Labrador Retriever, de Collie en enkele Spaniëls als voorvaderen. Oorspronkelijk was het ras bekend als Wavy-coated Retriever, en waarschijnlijk werd het ras na de inkruising van de Collie hernoemd als Flatcoated Retriever, een ras met andere beharingstructuur. De Flatcoated was voor de Tweede Wereldoorlog de bekendste jachthond, maar werd qua populariteit al gauw ingehaald door de Labrador en de Golden Retriever. Het ras heeft echter al zijn goede werkeigenschappen behouden.

KENMERKEN EN EIGENSCHAPPEN:

- rechthoekig, actief, sterk, niet zwaar
- hoofd: naar verhouding lang met vlakken, matig brede schedel en zichtbare, maar niet gemarkeerde stop
- voorsnuit: krachtig, naar verhouding lang met vlakke, rechte neusrug en parallel met verlengde van de schedel
- neusspiegel: groot, wijde neusgaten
- ogen: donkerbruin tot nootbruin, matig groot, niet uitpuilen
- oogopening: ovaal en horizontaal geplaatst
- oren: klein en dicht bij hoofd gedragen
- rug: kort en breed
- lendenen: sterk en breed
- staart: recht, naar verhouding kort en niet al te opvallend boven verlengde ruglijn gedragen
- vacht: dicht, fijn en recht
- kleur: zwart of leverbruin
- schouderhoogte: ca. 58 cm.
- gewicht: 27 - 31,5 kg.

VACHT:

De juiste vacht is middellang, dicht en vol, met veel glans. De juiste kleur is effen zwart of lever. Borstel de hond 1 à 2 keer per week goed door om klitten te voorkomen. Kijk ook zijn gehoorgang na op vuil en knip eventueel haar tussen de voetzolen weg.

AARD:

Goed gehumeurd, vriendelijk, evenwichtig, wil graag werken voor zijn baas, volgzaam en trouw, actief. De Flatcoated Retriever moet een gedegen opvoeding krijgen om hem in goede banen te leiden met een strakke, meer zachte hand. De meeste honden van dit ras zijn niet bijzonder waaks en blaffen weinig. De Flat is een over het algemeen lieve, vriendelijke, dierenminnende hond die vlug van begrip is.

BIJZONDERHEDEN:

Zeer geschikt voor mensen met een grote tuin en die er graag op uit trekken. Deze hond heeft wel veel beweging nodig. Is ook zeer geschikt voor bv. Flyball en is gek op zwemmen en apporteren. Het is een apporterende jachthond voor het werk na het schot, dus om dood en aangeschoten wild te apporteren op het land of uit het water. Flatcoateds zijn echte waterliefhebbers, ook als het minder schoon is.

OPVOEDING:

De Flatcoated moet zeer consequent worden opgevoed. De opvoeding tussen de achtste en zestiende levensweek legt bij een Retriever de basis voor de rest van zijn leven. Een hond die gedurende zijn eerste levensjaar geen leiding krijgt, gaat zichzelf bezighouden en wordt een ergernis voor zijn omgeving. Flatcoateds hebben veel behoefte aan genegenheid en zullen daarom niet graag gedurende vele uren alleen gelaten willen worden. Ze zijn intelligent en inventief, bij gebrek aan een consequente opvoeding en voldoende aandacht is de kans op vernielzucht en luidruchtig janken aanwezig. De Flatcoated is een prettige gezinshond voor mensen die er niet voor schromen hem zijn dagelijkse portie beweging te geven in (slecht) weer en wind. Zijn slanke bouw betekent ook snelheid en behalve een "blokje om" heeft hij recht op minimaal een fikse wandeling van één à anderhalf uur, bij voorkeur onaangelijnd om hem zowel lichamelijk als geestelijk in een zo goed mogelijke conditie te houden.

RAS:

De Flatcoated Retriever Club (F.R.C.) behartigd de belangen van het ras. Honden waarmee gefokt worden zijn op heup-, knie- en oogafwijkingen onderzocht, gekeurd op uiterlijk en karakter en voldoen aan de bekwaamheidseisen m.b.t. hun apporteeraanleg. De F.R.C. hecht veel waarde aan de nakomelingenonderzoeken, zodat tijdig maatregelen kunnen worden genomen indien de situatie hiertoe aanleiding zou geven.

APPORTEREN:

Alle honden die tot de retrievers behoren zijn apporterende honden. We spreken over:

- Curlycoated Retriever
- Golden Retriever
- Flatcoated Retriever
- Chesapeak Bay Retriever
- Labrador Retriever
- Nova Scotia Ducktolling Retriever

Deze honden hebben allemaal als "taak" geschoten wild te vinden en bij de voorjager te brengen. De eisen die aan een apporterende hond worden gesteld zijn streng. De hond moet onder appèl staan en steady zijn. Dit wil zeggen: onder alle omstandigheden luisteren en rustig op de plaats blijven totdat een commando van de voorjager volgt. Een apporterende hond heeft een goede neus en heeft het vermogen om valplaatsen van geschoten wild te onthouden, het zogenaamde markeren. De hond moet zelfstandig kunnen werken en doorzettingsvermogen tonen. Hij moet goed dirigeerbaar zijn.

JACHT:

Retrievers kunt u vanaf 6 maanden (na het heersen van een aantal basiscommando's) worden ingeschreven voor een jachttraining. Dit kunt u doen via de jachtproeven van de NLV. Zij verwijzen u dan door naar een trainingsgroep bij u in de buurt. Tijdens deze trainingen wordt geoefend in de volgende vaardigheden:

De basisoefeningen:
Aangelijnd en los volgen, komen op bevel en houden van de aangewezen plaats.

Het markeerpunt:
Het onthouden van de valplaats van een dummy of wild en dit op commando en in een rechte lijn terugbrengen bij de voorjager. Dit kan zowel op het land zijn als uit het water.

Het verloren apport:
Zowel voorjager als hond hebben de dummy of wild niet zien vallen. De hond zal dus zijn neus moeten gebruiken om het apport te vinden en bij de voorjager terug te brengen. Ook kan de hond worden ingezet op een sleepspoor (geurspoor).

Het dirigeerapport:
Bij het dirigeren geeft de voorjager aanwijzingen aan zijn hond die zich snel naar de valplaats moet laten leiden. Daarna mag de hond verloren zoeken binnen deze valplaats. Zeer moeilijk dus.

Wat heeft u nodig:
Een rolfluit, een normale fluit, een riem (zgn. jachttouwtje), 2 dummy's en KOFFIE!!

Denkt u eraan toe te zijn, dan kunt u meedoen aan een clubdiploma dag. Haalt u voldoende punten, dan komt u in aanmerking voor een A, B of C diploma. Besluit u zich aan te melden voor een jachttraining bedenk dan wel dat zowel u, als de hond, plezier in de training moet hebben.